Archief voorfebruari 28, 2008

Voorbeelden van guerrillamarketing

Waar die duizenden gele kabouters vandaan kwamen, die zijn dorp in de nacht van 24 op 25 april overspoeld hadden? Voor de camera van het RTL Nieuws brak de burgemeester van Abcoude zich er glimlachend het hoofd over. En hij was niet de enige. Diezelfde nacht waren de gele kereltjes ook in groten getale opgedoken in dorpen in België, Luxemburg en Zweden. En twee dagen later volgden ook de grote steden.

Niemand leek zich aan ze te storen. Sterker, de kabouters waren in korte tijd zo populair geworden dat mensen ze massaal mee naar huis namen of voor woekerprijzen verhandelden op Marktplaats.nl. De mysterieuze gele ventjes waren dan ook het gesprek van de dag geworden. Behalve RTL hadden ook ander televisiezenders en dagbladen de kabouterinvasie opgepikt. En aan de eettafel en op weblogs werd druk gespeculeerd over de herkomst van de mannetjes. Bezoekjes aan de site they-do-exist.com, waarnaar stickers op de kabouters verwezen en waar men foto’s van en berichten over de kabouters kon posten, leverden niets op. Behalve dat de site, die zo’n 5 miljoen hits kreeg, overbelast raakte.

Op het hoogtepunt van de speculaties, zo’n anderhalve week na hun verschijning in Abcoude, werd het mysterie onthuld. Parlino (een bedrijfsonderdeel van Tele2) was de ‘boosdoener’. Met deze ludieke actie wilde Parlino op sympathieke wijze zijn nieuwe dienst Voip, gratis bellen via internet, bij een breed publiek introduceren. En weer berichtten de media, die niet vies waren van een vervolgverhaal, erover.

“Het was een ontzettend leuke actie om te doen”, vinden Lieke Spapens en Jeroen Huisman, respectievelijk account en managing director bij De Combinatie van Factoren, het reclamebureau achter deze guerrillamarketingactie. Daarnaast was het een bijzonder effectieve actie. Spapens: “Het heeft waanzinnig veel free publicity opgeleverd. De managing director van Parlino kreeg zelfs een paar minuten zendtijd van het RTL Nieuws om over de nieuwe dienst te vertellen.” Niet verwonderlijk dat Parlino inmiddels een flink aantal gebruikers heeft. En de kosten voor deze actie? Die vallen hierbij in het niet. Daarom is guerrillamarketing – vrij gedefinieerd als een marketingactie waarbij goedkope marketingmiddelen worden ingezet om zoveel mogelijk free publicity te genereren – bij uitstek geschikt voor kleinere bedrijven die snel de neuzen hun kant op willen krijgen. “Maar er komt natuurlijk wel iets meer bij kijken dan alleen gele kabouters plaatsen”, aldus Spapens en Huisman. De belangrijkste ingrediënten voor een geslaagde guerrillamarketingactie zijn volgens hen:

Wie met een guerrilla-actie wil zorgen voor flink wat rumour around the brand moet daar wel iets tegenoverstellen. Dat betekent dat producten en diensten in orde moeten zijn. Maar ook dat er een aanleiding voor de actie moet zijn. “Denk hierbij aan de introductie van een nieuw product of nieuwe huisstijl of een kortingsactie”, aldus Huisman, “want als je na zo’n guerrilla-actie van bijvoorbeeld de bakker om de hoek gewoon je oude vertrouwde bakker aantreft, dan voel je bekocht.”

Guerrillamarketing wordt vaak geassocieerd met wildplak-acties met posters. Maar wie echt wil opvallen, zoals guerrillamarketing beoogt, moet volgens Spapens toch echt met een originelere informatiedrager komen.“Wij hebben voor duizenden gele kabouters gekozen want dat knalt eruit.” Het is overigens helemaal niet altijd noodzakelijk om met grote hoeveelheden informatiedragers aan te komen, één originele, opvallende informatiedrager kan immers hetzelfde effect bewerkstelligen (zie ook kader).

Daarnaast moet de informatiedrager een link leggen met het bedrijf of product. Bijvoorbeeld door simpelweg de bedrijfsnaam of het product op de informatiedrager te vermelden. Wie voor flink wat speculaties wil zorgen, kan zich ook pas later bekendmaken. Ook dan moet er een link met het bedrijf of product zijn. Wie goed keek, zag bijvoorbeeld dat de gele kabouters van Parlino een telefoon in de hand hielden. Verder werd na de actie via advertenties, abriposters en banners weer een link gelegd tussen de kabouters en Parlino met de mededeling ‘kabouters bestaan en gratis bellen ook’. Huisman: “Zorg voor een rond verhaal. Leg het uit. Zo maak je de conversie naar verkoop.”

Spapens: “Je wilt mensen niet pushen maar op een prettige manier lokken. Dus zorg dat je op een positieve manier opvalt. Zo moest iedereen glimlachen om de aaibare, gele kabouters.” Dit betekent overigens niet dat de guerrilla-actie braaf hoeft te zijn. Soms balanceren guerrilla-acties op de grens van het toelaatbare. Graffiti op muren spuiten of wildplakken is bijvoorbeeld wettelijk verboden. Maar waar nu de echte grens ligt, hangt toch vooral af van waar de doelgroep vindt dat die ligt. Huisman:”Leef je dus altijd in in de doelgroep die je wilt bereiken.”

Dat de guerrilla-actie gehouden moet worden op de plek waar ook de doelgroep zit, spreekt voor zich. Maar ook de timing van de actie is volgens Spapens belangrijk.“Wij hebben de kabouters bijvoorbeeld expres voor het weekend geplaatst, want in het weekend pikt de media het niet op. Ook zorgden we ervoor dat de actie voor het WK plaatsvond, want dan krijg je echt geen aandacht.” Laat de actie vervolgens ook niet weken voortslepen. Spapens: “Op een geven moment verslapt de aandacht en daarnaast wil je niet over de irritatiegrens van mensen heengaan.”

De bedoeling van guerrilla-acties is dat ze zoveel mogelijk free publicity genereren. Huisman: “Maar het blijft tricky. Voor hetzelfde geld wordt de actie niet opgepikt.” Het is dan ook niet verboden om de media alvast een eindje de goede richting op te helpen. Spapens: “We hebben de media van tevoren e-mailings gestuurd met de mededeling dat de gele kabouters zouden komen.”

Het verloop van een guerrilla-actie is tot op zekere hoogte te sturen, zoals de media aandacht. Ook kun je van tevoren een aantal risico’s incalculeren. Spapens: “In België zijn twee kabouterzetters, die s’nachts kabouters plaatsten, opgepakt. Om te voorkomen dat ze in zulke gevallen zouden gaan lekken, hebben we ze van tevoren niet verteld voor wie ze werkten.” Maar verder vereist een guerrilla-actie ook een beetje flexibiliteit. Spapens:“We hoorden dat de koningin met koninginnedag Zeewolde en Almere zou bezoeken. Toen hebben we spontaan besloten daar kabouters met een oranje lint neer te zetten.”

Wie eenmaal de aandacht heeft getrokken met een guerrilla-actie doet er verstandig aan daar slim op in te spelen. Bijvoorbeeld door een kortingsactie aan de guerrilla-campagne te koppelen. Zo kregen de eerste tienduizend Parlino gebruikers die 30 euro aan krediet kochten een gratis voip-telefoon cadeau. Daarnaast is het slim om de aandacht vast te houden. Spapens: “Laat je zo nu en dan weer zien via campagnes.” Huisman: “Maar voer geen campagne om het campagnevoeren.”
(bron)

Guerrilla- en virale marketing

Guerrillamarketing is een marketingtechniek die poogt om met beperkte middelen een groot resultaat te bereiken. De term is afkomstig uit de oorlogsvoering waar het Spaanse woord guerrilla gebruikt wordt om een bepaald type oorlog te beschrijven waarbij kleine groepen strijders een veel groter leger effectief op afstand weten te houden.De overeenkomst tussen situaties in het bedrijfsleven waar een kleine organisatie een veel grotere organisatie (vaak de marktleider) probeert te bevechten, leidt ertoe dat ook hierop de term guerrilla geplakt wordt.

Een van de middelen die guerrillamarketeers kunnen gebruiken is het choqueren van mensen, waardoor zeer snel en veelal op goedkope wijze een groot aantal mensen bereikt kan worden. Een andere techniek die soms als guerrillacampagne ingezet wordt is virale marketing.

Virale marketing is een marketingtechniek die poogt om bestaande sociale netwerken te exploiteren om zo de bekendheid van het merk te vergroten of positieve associaties te bewerkstelligen op een wijze die te vergelijken is met een virale epidemie. In die zin lijkt het op mond-tot-mondreclame die versterkt wordt door het internet, waardoor zeer snel en veelal op goedkope wijze een groot aantal mensen bereikt kan worden.

De aanname bij virale marketing is dat als een uiting een “ontvankelijk” individu bereikt, dit individu “besmet” wordt. Zolang elke besmette persoon gemiddeld meer dan één andere persoon benadert met de uiting, ofwel de voortplantingsquote is groter dan 1, zal vergelijkbaar als bij een epidemie het aantal besmette personen volgens een logische curve groeien, waarvan het eerste deel exponentieelt lijkt.

Zolang ieder persoon de uiting naar tenminste één ander persoon doorstuurt, zal de campagne in principe eeuwig door blijven gaan, of in elk geval totdat alle ontvankelijke personen bereikt zijn. In de praktijk zal op een gegeven moment de voortplantingsquote kleiner dan 1 worden, waardoor de campagne uitsterft. Bij een voortplantingsquote van gemiddeld 0.7 zullen van elke 100 recent geïnfecteerden er 70 de uiting doorsturen, die op hun beurt de uiting ook weer naar 49 personen doorsturen et cetera. Uiteindelijk zal een virale campagne die begon met 100 geïnfecteerde personen en een voortplantingsquote van 0.7 bij benadering 333 personen bereikt hebben.

Erg goede campagnes kunnen in de beginperiode gemiddelde voortplantingsquotes van (ruim) boven de 1 halen. Een getallenvoorbeeld waarbij een virale campagne bij 500 personen wordt uitgezet en de gemiddelde voortplantingsquote de eerste zeven dagen op gemiddeld 4 per dag ligt resulteert al in meer dan 1,6 miljoen “geïnfecteerde” personen. zelfs in de uitdovingsfase daarna zullen nog enkele miljoenen nieuwe personen met de campagne geconfronteerd worden, bovenop de reeds “besmette” 1,6 miljoen. Doormiddel van onderzoek kan vooraf een verwachting uitgesproken worden omtrent de grootte op de piek van de campagne (=periode met meeste aantal nieuwe besmettingen per dag), de te verwachten lengte van de epidemie en daarmee samenhangend het totale bereik van de campagne. Cijfers in de praktijk liggen echter vooralsnog lager. In februari 2007 berichtte de Telegraaf[1] dat de tot dan toe meest succesvolle Nederlandse viral-campagne 500.000 keer gedownload was in de eerste 72 uur. Anders dan bij een pure viral campagne die moeilijk(er) te meten is, gebruikte de SP een variant die vanaf een centrale server gedraaid werd. Hierdoor is inzicht in de campagne voortgang en controle makkelijker realiseerbaar.

Om het virale effect te starten, te stimuleren of te sturen wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van seeding. Deze techniek helpt het virale proces een handje door actief mensen en websites te informeren over de campagne. Daarmee heeft de opdrachtgever meer invloed op de richting en het resultaat van de virale marketing campagne.

Cabaretbattle!

Naast ‘Op weg naar Het Lagerhuis’ ga ik me straks ook bezig houden met ‘Cabaretbattle’. Cabaretbattle is een landelijke battle tussen scholen met in totaal 3 acts. De teams van de scholen bestaan uit minimaal 3 personen en maximaal 9 personen.  

Alle schoolteams brengen in totaal drie acts: een sketch, een lied of rap én een stand-up. Alle drie de vormen moeten aan bod komen.

Een sketch is een kort komisch optreden door één of meerdere personen. In de sketch wordt een situatie geschetst, op een bepaalde plek/locatie.

Rekwisieten en eventuele verkleedkleren zijn toegestaan, grotere decorstukken niet (omdat er geen tijd is om dit op te bouwen).

Een lied of rap kan overal over gaan. Alleen uitgevoerd of met meerdere personen. Piano aanwezig. Gitaar alleen akoestisch mogelijk (zelf meenemen). Zonder kan natuurlijk ook (zoals bij rap meestal het geval is).

De stand-up comedian verwoordt verschillende soorten emoties, vanuit de persoonlijke blik op het leven. Het kan gaan om kwaadheid, geluk, verdriet, verontwaardiging, vrolijkheid, et cetera. Humor is hierbij het belangrijkste middel. Interactie met het publiek kan onderdeel uitmaken van het verhaal.

Heel belangrijk is dat alle optredens zelfgeschreven moeten zijn. Er mogen dus geen bestaande stukken/teksten of liedjes gebruikt worden van cabaretiers.

Er is ook een speciaal lesboek ontwikkeld voor cabaretbattle. Bovendien kunnen de deelnemersDe comedians van FreshAcademy komen graag een workshop geven