Guerrillamarketing is een marketingtechniek die poogt om met beperkte middelen een groot resultaat te bereiken. De term is afkomstig uit de oorlogsvoering waar het Spaanse woord guerrilla gebruikt wordt om een bepaald type oorlog te beschrijven waarbij kleine groepen strijders een veel groter leger effectief op afstand weten te houden.De overeenkomst tussen situaties in het bedrijfsleven waar een kleine organisatie een veel grotere organisatie (vaak de marktleider) probeert te bevechten, leidt ertoe dat ook hierop de term guerrilla geplakt wordt.
Een van de middelen die guerrillamarketeers kunnen gebruiken is het choqueren van mensen, waardoor zeer snel en veelal op goedkope wijze een groot aantal mensen bereikt kan worden. Een andere techniek die soms als guerrillacampagne ingezet wordt is virale marketing.
Virale marketing is een marketingtechniek die poogt om bestaande sociale netwerken te exploiteren om zo de bekendheid van het merk te vergroten of positieve associaties te bewerkstelligen op een wijze die te vergelijken is met een virale epidemie. In die zin lijkt het op mond-tot-mondreclame die versterkt wordt door het internet, waardoor zeer snel en veelal op goedkope wijze een groot aantal mensen bereikt kan worden.
De aanname bij virale marketing is dat als een uiting een “ontvankelijk” individu bereikt, dit individu “besmet” wordt. Zolang elke besmette persoon gemiddeld meer dan één andere persoon benadert met de uiting, ofwel de voortplantingsquote is groter dan 1, zal vergelijkbaar als bij een epidemie het aantal besmette personen volgens een logische curve groeien, waarvan het eerste deel exponentieelt lijkt.
Zolang ieder persoon de uiting naar tenminste één ander persoon doorstuurt, zal de campagne in principe eeuwig door blijven gaan, of in elk geval totdat alle ontvankelijke personen bereikt zijn. In de praktijk zal op een gegeven moment de voortplantingsquote kleiner dan 1 worden, waardoor de campagne uitsterft. Bij een voortplantingsquote van gemiddeld 0.7 zullen van elke 100 recent geïnfecteerden er 70 de uiting doorsturen, die op hun beurt de uiting ook weer naar 49 personen doorsturen et cetera. Uiteindelijk zal een virale campagne die begon met 100 geïnfecteerde personen en een voortplantingsquote van 0.7 bij benadering 333 personen bereikt hebben.
Erg goede campagnes kunnen in de beginperiode gemiddelde voortplantingsquotes van (ruim) boven de 1 halen. Een getallenvoorbeeld waarbij een virale campagne bij 500 personen wordt uitgezet en de gemiddelde voortplantingsquote de eerste zeven dagen op gemiddeld 4 per dag ligt resulteert al in meer dan 1,6 miljoen “geïnfecteerde” personen. zelfs in de uitdovingsfase daarna zullen nog enkele miljoenen nieuwe personen met de campagne geconfronteerd worden, bovenop de reeds “besmette” 1,6 miljoen. Doormiddel van onderzoek kan vooraf een verwachting uitgesproken worden omtrent de grootte op de piek van de campagne (=periode met meeste aantal nieuwe besmettingen per dag), de te verwachten lengte van de epidemie en daarmee samenhangend het totale bereik van de campagne. Cijfers in de praktijk liggen echter vooralsnog lager. In februari 2007 berichtte de Telegraaf[1] dat de tot dan toe meest succesvolle Nederlandse viral-campagne 500.000 keer gedownload was in de eerste 72 uur. Anders dan bij een pure viral campagne die moeilijk(er) te meten is, gebruikte de SP een variant die vanaf een centrale server gedraaid werd. Hierdoor is inzicht in de campagne voortgang en controle makkelijker realiseerbaar.
Om het virale effect te starten, te stimuleren of te sturen wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van seeding. Deze techniek helpt het virale proces een handje door actief mensen en websites te informeren over de campagne. Daarmee heeft de opdrachtgever meer invloed op de richting en het resultaat van de virale marketing campagne.